stelling 1

De basisbeurs voor studenten in het hoger onderwijs moet weer terug. lees toelichting

Tot twee jaar geleden kregen alle studenten op het hoger onderwijs een financiële ondersteuning om te kunnen studeren, de zogenoemde basisbeurs. Dit is nu omgezet in een volledige lening die moet worden terugbetaald na je studie binnen 35 jaar. De basisbeurs in het mbo is overigens wel blijven bestaan.

stelling 2

Het collegegeld voor een tweede studie moet gelijk zijn aan het wettelijk collegegeld van de eerste studie. lees toelichting

De overheid financiert geen tweede studie. Hogescholen en universiteiten mogen het collegegeld hiervoor zelf bepalen. In de praktijk betekent dit dat het collegegeld voor een tweede studie vele malen hoger is dan het wettelijk collegegeld dat studenten betalen voor een eerste studie (ongeveer € 2.000,-).

stelling 3

In plaats van het schooladvies van de basisschool moet de Cito-eindtoets leidend zijn voor het vervolgonderwijs van de leerlingen. lees toelichting

In groep 8 geeft de basisschool advies over de middelbare school die past bij het niveau van de leerling. Het basisschooladvies is vanaf 2015 wettelijk leidend bij het plaatsen van leerlingen op het voortgezet onderwijs. Dit betekent dat het advies bindend is. Hierbij is het advies van de leraar meer bepalend dan de uitslag van de Cito-eindtoets.

stelling 4

Het studentenreisproduct moet beschikbaar blijven in huidige vorm. lees toelichting

Studenten met recht op studiefinanciering (sinds kort ook mbo-scholieren onder de 18 jaar) hebben automatisch recht op een studentenreisproduct. Hiermee kunnen ze gratis of met korting reizen met het openbaar vervoer. Op dit moment wordt bediscussieerd of het studentenreisproduct moet worden afgeschaft, behouden moet blijven of dat studenten alleen gratis mogen reizen tussen universiteit en huis.

stelling 5

Het koloniaal verleden en de migratiegeschiedenis moet een verplicht onderdeel worden van het curriculum (oftewel leerplan) van scholen. lees toelichting

In de Nederlandse schoolboeken is er volgens sommigen onvoldoende aandacht voor het koloniaal verleden en de migratiegeschiedenis van Nederland. Zij pleiten ervoor dat dit een verplicht onderdeel moet worden in het curriculum (oftewel leerplan) van scholen. Dit moet leiden tot meer historisch besef, kennis en begrip van de diversiteit in Nederland.

stelling 6

Confessioneel bijzonder onderwijs moet geen geld meer krijgen van de overheid. lees toelichting

In Nederland zijn er openbare scholen en (confessioneel) bijzondere scholen (waar les wordt gegeven vanuit een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging). Beide krijgen momenteel evenveel geld van de overheid. Openbare scholen zijn toegankelijk voor iedere leerling en elke leraar. Een bijzondere school mag van leraren en leerlingen eisen dat ze een bepaalde godsdienst of levensovertuiging hebben.

stelling 7

Er moet een maatschappelijke dienstplicht worden ingevoerd (voor jongeren). lees toelichting

Bij een maatschappelijke dienstplicht moeten jongeren gedurende een bepaalde periode (bijvoorbeeld een half jaar) vrijwilligerswerk doen dat nuttig is voor de maatschappij. Het doel hiervan is om de betrokkenheid met Nederland, het verantwoordelijkheidsbesef en de sociale band tussen burgers te vergroten: jong, oud, sociaaleconomisch, cultureel en religieus.

stelling 8

Vaders moeten meer verlofdagen krijgen om door te brengen met hun pasgeboren kind. lees toelichting

Op dit moment hebben vaders in totaal recht op minimaal 5 verlofdagen: naast 2 dagen betaald vaderschapsverlof, heb je als vader na de bevalling van je partner ook recht op 3 dagen onbetaald ouderschapsverlof per kind. Voor vrouwen geldt een verlof van minimaal 16 weken. Er bestaat discussie over de uitbreiding van het vaderschapsverlof. In Frankrijk, Duitsland, België, Noorwegen, Luxemburg en Portugal krijgen vaders tussen de 9 en 28 dagen betaald verlof. In Griekenland, Italië en Zwitserland ligt dat aantal tussen de 0 en 2 dagen.

stelling 9

De periode dat je achter elkaar tijdelijke contracten mag krijgen, moet verlengd worden van 2 jaar naar 5 jaar. lees toelichting

Momenteel moet je een vast contract krijgen of op zoek naar een andere baan als je 2 jaar tijdelijke contracten achter elkaar hebt gehad. Meer dan de helft van de twintigers heeft en flexibel dienstverband, waardoor het bijvoorbeeld moeilijk is om een eigen woning te kunnen kopen.

stelling 10

Werkgevers moeten worden verplicht om alleen betaalde werkervaringsplekken en stages aan te bieden aan afgestudeerde jongeren. lees toelichting

Afgestudeerde jongeren die geen baan kunnen vinden kiezen er soms voor om onbetaald aan de slag te gaan op een werkervaringsplek of stage. Mooi voor hun cv, maar minder voor de portemonnee. Sommigen zeggen dat werkgevers op deze manier misbruik maken van de zwakke positie van jongeren die net afgestudeerd zijn.

stelling 11

Bedrijven en overheidsinstanties waar werknemers niet gelijk behandeld worden moeten een boete krijgen. lees toelichting

Tijdens sollicitatieprocedures en op het werk mag geen sprake zijn van ongelijke behandeling. Dit betekent dat werkgevers in principe geen onderscheid mogen maken op de zogenoemde discriminatiegronden (zoals geslacht, ras, seksuele geaardheid, transseksualiteit, politieke overtuiging, godsdienst of levensovertuiging, nationaliteit, leeftijd en handicap of chronische ziekte).

stelling 12

Anoniem solliciteren moet breed ingevoerd worden. lees toelichting

Bij anoniem solliciteren worden (achtergrond)gegevens van de sollicitant (zoals de naam, geboorteplaats en het geboorteland) onleesbaar gemaakt voordat de sollicitaties naar de sollicitatiecommissie gaan. Anoniem solliciteren moet voorkomen dat sollicitanten bij de eerste selectie worden beoordeeld op afkomst in plaats van op hun werkervaring en opleidingsniveau.

stelling 13

Omdat ouderen meer gebruik maken van zorg dan jongeren, moeten ze ook meer zorgpremie betalen. lees toelichting

In Nederland zijn we allemaal volgens de wet verplicht om een basis ziektekostenverzekering te hebben. Als verzekerde betaal je hiervoor periodiek een bedrag, namelijk: de zorgpremie. Omdat ouderen in het algemeen meer zorg nodig hebben dan jongeren moeten zij meer zorgpremie betalen.

stelling 14

Het eigen risico van 385 euro in de zorg moet verdwijnen. lees toelichting

Het eigen risico is het bedrag dat je zelf moet betalen als je zorgkosten maakt. De overheid heeft het verplicht eigen risico vastgesteld op 385 euro. Je betaalt dus zelf de eerste € 385 van de zorgkosten. Pas daarna betaalt de zorgverzekeraar de kosten. Het verdwijnen van het eigen risico houdt in dat je geen eigen bijdrage meer hoeft te leveren. Dit zal dan op een andere manier moeten worden bekostigd (met een hogere zorgpremie of met belastinggeld).

stelling 15

Ouderen vanaf 75 jaar moeten zelf kunnen bepalen of zij hun leven vroegtijdig willen beëindigen. lees toelichting

Bij euthanasie dient een arts dodelijke medicijnen toe aan een patiënt om een eind te maken aan ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Momenteel is hulp bij euthanasie strafbaar, tenzij er door de arts aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Momenteel bepaalt de arts of de patiënt in aanmerking komt voor vroegtijdige levensbeëindiging.

stelling 16

De verkoop van softdrugs moet gelegaliseerd worden. lees toelichting

De huidige gedoogsituatie houdt in dat coffeeshops wel cannabis (wiet en hasj) mogen verkopen, maar het niet mogen telen en inkopen. Sommige partijen pleiten er echter voor om de verkoop van softdrugs volledig te legaliseren.

stelling 17

Er moet een verbod komen op investeringen in fossiele brandstoffen. lees toelichting

Fossiele brandstoffen zijn brandstoffen die niet automatisch worden aangevuld zoals gas, olie en steenkool. In tegenstelling tot hernieuwbare energie die afkomstig is van natuurlijke bronnen, die worden aangevuld zoals wind, waterkracht en zon. Momenteel wordt gebruik van fossiele brandstoffen beperkt, maar is er geen verbod.

stelling 18

Er moet accijnsbelasting op vlees komen. lees toelichting

Accijns is een indirecte vorm van belasting op producten die doorgaans slecht zijn voor de gezondheid of omgeving zoals tabak, alcoholische dranken en frisdrank. Om vleesconsumptie te verminderen pleiten sommigen ervoor om ook accijns op vlees in te voeren. Met uitzondering van biologisch vlees. Biologisch vlees is vlees van dieren die op natuurlijke wijze gevoederd en gehouden worden.

stelling 19

Er moet meer aandacht worden besteed aan duurzaamheid als thema in het Nederlandse onderwijs. lees toelichting

Met duurzaamheid worden de verschillende thema’s (klimaatverandering, schone brandstoffen) bedoeld die aansluiten op het behouden van deze wereld voor de toekomstige generaties.

stelling 20

Kledingmerken die kunnen aantonen dat hun producten duurzaam zijn geproduceerd hoeven minder belasting te betalen. lees toelichting

Veel productie van kledingmerken wordt gedaan in landen waar het productieproces en de werkomstandigheden zorgelijk zijn, denk bijvoorbeeld aan kinderarbeid, lage lonen en milieuvervuiling.

Belangrijke onderwerpen

Welke onderwerpen vind je extra belangrijk?






Ga verder

Partijen

Welke partijen wil je meenemen in de resultaten?